Na ruim een jaar op de wachtlijst te hebben gestaan, kwam daar het telefoontje vanuit het hospice. Ik mocht enkele dagen komen proefdraaien. Ik vond het maar wat spannend, maar vanaf het moment dat ik binnenstapte, wist ik dat dit exact was zoals ik het me had voorgesteld. Geen kille instelling, maar een huis vol warmte.
Na de proefdagen mocht ik de introductiecursus gaan volgen. Wat me daar het meest raakte was de gedrevenheid van de andere vrijwilligers. We keken elkaar aan en zonder woorden voelden we allemaal hetzelfde: hier wíl je deel van uitmaken.
Na de cursus en een aantal keer meelopen was het zover, ik mocht mijn eerste diensten als zelfstandig vrijwilliger draaien. Ik kan alvast verklappen, er is geen dienst hetzelfde. Het is een achtbaan waar je in wilt blijven zitten, zonder de sensatie, maar mét essentie.
Zo gaat in het hospice de lach vaak hand in hand met een traan. Soms zijn er onverwachte, ontzettend leuke momenten met gasten. Een grapje aan het bed, een mooie herinnering die gedeeld wordt. En naast deze luchtige momenten zijn er ook de dalen: natuurlijk zijn die er. Oók voor de familie en vrienden die achterblijven. Het verdriet is soms zó tastbaar.
Mensen vragen me soms of het niet heel zwaar is om in een hospice te werken. Mijn antwoord is dan altijd dat het vooral heel dankbaar werk is. Wat vooral telt in het hospice is dat we er zijn voor onze gasten. Met elkaar bieden we comfort waar mogelijk in die laatste fase. En, als de gast dat wil, kunnen we een luisterend oor bieden. Dit geldt ook voor de naasten waar we mee te maken hebben. Maar er simpelweg ‘zijn’ is het meest belangrijk.
Ik ben nu zes maanden als vrijwilliger aan het werk en ik heb nog geen seconde spijt gehad van het jaar dat ik op de wachtlijst stond. Het verrijkt mijn leven op een manier die ik lastig in woorden kan vatten, maar die ik voel in heel mijn lijf en leden.
Sydney , vrijwilliger