Blog van Hospice Het Alteveer Assen

Op deze plek delen we verhalen en ervaringen met jullie die onze vrijwilligers, medewerkers en andere betrokkenen in het hospice meemaken. Heb je zelf ook een verhaal te delen? Neem dan contact op met één van onze coördinatoren.

Over de naam Herman

Ik ontmoet vandaag voor het eerst een voor mij nieuwe gast. ‘Ik ben Herman,’ zeg ik hem om mij voor te stellen.
Hij fronst wat en denkt na…
Behoedzaam formulerend zegt hij dat die naam belletjes bij hem doen rinkelen. ‘Het is een lang verhaal,’ zegt hij. ‘Daar zal ik je niet mee lastigvallen.’ Ik pak een stoel erbij en zeg dat ik alle tijd heb.

Hij begint. ‘In 1895 werd mijn Joodse grootvader geboren, ergens in Oost-Europa. Hij trouwde met een Joodse vrouw. Vanwege de verwachte betere financiële omstandigheden verhuisden ze naar Berlijn. Hij was daar kleermaker. Door de politieke situatie toen, wilde hij zijn echte naam, Chaïm, niet gebruiken. Hij noemde zich daarom Herman. Als gevolg van het anti-semitisme verhuisde de familie in de jaren dertig naar Amsterdam. Hij krijgt kinderen en die groeien daar op.

Opa en oma worden in 1943 opgepakt en naar Auschwitz gedeporteerd, waar ze niet meer uit terugkeren.
De vader van meneer huwt een katholieke dame. Dat blijkt zijn redding. Een gemengd huwelijk mag de oorlog overleven. Meneer is geboren in januari 1947. De oorlog lag nog vers in het geheugen. De ouders wilden hem geen Joodse naam meegeven, maar toch ook wel iets van hun ouders. Opa indachtig noemden ze hun zoon Herman.

Meneer vertelde dat toen hij zo'n 20-25 jaar was, hij toch graag zijn opa wilde herinneren in zijn naam. Hij vroeg een naamswijziging aan en kreeg hier goedkeuring voor; Herman werd Chaïm. 'Op al mijn rapporten en diploma’s heet ik Herman,' zegt hij. Uiteindelijk heeft hij orthopedagogiek gestudeerd. 'Dat is het enige diploma waarop ik Chaïm heet,' zegt hij.

Geen wonder dat deze naam veel bij hem naar boven brengt. Hij bedankt mij voor het luisterend oor, ik bedank hem dat hij dit verhaal met mij wilde delen.

Herman, vrijwilliger

Een plek waar het leven telt

Na ruim een jaar op de wachtlijst te hebben gestaan, kwam daar het telefoontje vanuit het hospice. Ik mocht enkele dagen komen proefdraaien. Ik vond het maar wat spannend, maar vanaf het moment dat ik binnenstapte, wist ik dat dit exact was zoals ik het me had voorgesteld. Geen kille instelling, maar een huis vol warmte.

​Na de proefdagen mocht ik de introductiecursus gaan volgen. Wat me daar het meest raakte was de gedrevenheid van de andere vrijwilligers. We keken elkaar aan en zonder woorden voelden we allemaal hetzelfde: hier wíl je deel van uitmaken.

Na de cursus en een aantal keer meelopen was het zover, ik mocht mijn eerste diensten als zelfstandig vrijwilliger draaien. Ik kan alvast verklappen, er is geen dienst hetzelfde. Het is een achtbaan waar je in wilt blijven zitten, zonder de sensatie, maar mét essentie. 

Zo gaat in het hospice de lach vaak hand in hand met een traan. Soms zijn er onverwachte, ontzettend leuke momenten met gasten. Een grapje aan het bed, een mooie herinnering die gedeeld wordt. En naast deze luchtige momenten zijn er ook de dalen: natuurlijk zijn die er. Oók voor de familie en vrienden die achterblijven. Het verdriet is soms zó tastbaar.

Mensen vragen me soms of het niet heel zwaar is om in een hospice te werken. Mijn antwoord is dan altijd dat het vooral heel dankbaar werk is. Wat vooral telt in het hospice is dat we er zijn voor onze gasten. Met elkaar bieden we comfort waar mogelijk in die laatste fase. En, als de gast dat wil, kunnen we een luisterend oor bieden. Dit geldt ook voor de naasten waar we mee te maken hebben. Maar er simpelweg ‘zijn’ is het meest belangrijk.

Ik ben nu zes maanden als vrijwilliger aan het werk en ik heb nog geen seconde spijt gehad van het jaar dat ik op de wachtlijst stond. Het verrijkt mijn leven op een manier die ik lastig in woorden kan vatten, maar die ik voel in heel mijn lijf en leden.

Sydney , vrijwilliger

Alles in de soep

Zo'n tien tot vijftien jaar geleden ontstond het idee om op zaterdag verse soep te gaan koken in het hospice. Van die soep mocht iedereen die dat weekend in het hospice was genieten. Dus niet alleen de gasten, maar ook hun naasten, bezoekers, medewerkers van Icare en de vrijwilligers van dienst. De geur van de soep zou ons hospice nóg huiselijker maken. Vanaf dag één was het een groot succes, hoewel iemand ook weleens gemompeld heeft: 'gadver, prei'. Om dit om acht uur 's ochtends te ruiken kan misschien ook wel als heftig worden ervaren. 
In het begin werd de soep door enkele vrijwilligers gekookt, maar dit werd als een te grote belasting ervaren. Er was vraag naar meer koks, zodat er ook verse soep zou zijn als de andere koks met vakantie zouden zijn.

Bij het verhuizen naar onze huidige locatie verhuisde ook de soepgroep mee. En met de komst van een verdubbeling van de gastenkamers werd ook de pan een flinke maat groter. Zo nu en dan werd de hulp ingeschakeld van gasten, die meehielpen met het draaien van de soepballetjes, wat soms resulteerde in soepballetjes ter grootte van gehaktballen. Want dan schoot het zo lekker op.

Op dit moment bestaat de soepgroep uit vijf koks, waardoor het mogelijk is dat er elke zaterdag verse soep geserveerd wordt. De meeste gasten kiezen voor groenten-, kippen-, of tomatensoep met balletjes, maar er wordt ook regelmatig vegetarische soep gekookt. En aangezien hier minstens zo hard van gesmuld wordt, staat er ook regelmatig pompoensoep, mosterdsoep en soep van pastinaak of champignons op het menu.

We proberen de soep zoveel mogelijk aan te passen aan de wens van onze gast, zodat iedereen eet wat hij of zij lekker vindt. En gezien de positieve reacties koken wij nog even door!

Roelie, vrijwilliger én lid van de soepgroep