De pieper gaat. 
Mevrouw van kamer 1 belt zie ik, ze is voor mij een nieuwe gast. Ik ga haar kamer binnen en ze vraagt me om iets te drinken, het liefst wat vers sap. 'Bedankt,' zegt ze, als ik even later het glas naast haar neer zet.
Op haar tafeltje naast het bed zie ik een klein vaasje met verse sneeuwklokjes staan. We raken hierover aan de praat. Ze vertelt dat het haar lievelingsbloemen zijn, een teer bloemetje maar o zo sterk. Na de winter komt deze als een van de eersten weer boven de grond. Mevrouw herkent zichzelf hierin, zegt ze. En ze begint te vertellen over haar leven in en om de natuur.

‘A way of life,’ zegt ze.

Ze was altijd graag op zichzelf, vertelt ze. In haar vrije tijd altijd veel buiten in de bossen of op de velden. Eten deed ze het liefst zo puur en onbewerkt mogelijk. En als haar leven zou eindigen, was het haar wens om op natuurbegraafplaats Hillig Meer te worden begraven. Dit regelde ze daarom ook zelf, al jaren voordat het zo ver was.

‘En nu ben ik hier in het hospice en is het einde bijna daar,’ vertelt ze verder. ‘Mijn laatste wens  om de toekomstige rustplek zelf nog een keer te bezoeken is uitgekomen. Samen met de coördinator van het hospice en met vrijwilligers van de wensambulance ben ik naar Hillig Meer geweest. Ik ben zó dankbaar dat dit mogelijk is gemaakt. Ik kijk uit naar mijn laatste rustplek in de natuur.’

Een vaasje met sneeuwklokjes was de verbinding in dit mooie, open gesprek. Haar rust en kracht zo te mogen zien en ervaren van zo dichtbij is een ‘cadeau’ voor mij als vrijwilliger.

Marjan, vrijwilliger